"We ontdekken met elkaar steeds meer goede alternatieven voor een gesloten deur"

Sinds de invoering van de Wet zorg en dwang (Wzd) in januari 2020 mogen de deuren in verpleeghuizen niet meer automatisch voor cliënten op slot. Aan de hand van een stappenplan moet per cliënt bekeken worden of er goede alternatieven zijn voor gesloten deuren. Maar welke alternatieven zijn er? Tegen welke juridische en praktische zaken lopen ouderenzorgorganisaties aan? En wat zijn de risico’s en wie is verantwoordelijk als er iets misgaat? Vera Bijvang, senior adviseur bij Interzorg, deed mee aan het onderzoek ‘Alternatieven voor gesloten deuren’ en vertelt wat dit onderzoek voor Interzorg heeft betekend.

 “Toen de Wet zorg en dwang werd aangekondigd, realiseerde ik me al snel dat we voor een grote uitdaging stonden. Deze invoering vergt een cultuuromslag, een andere manier van denken. Eigenlijk moet er min of meer een maatschappelijke discussie op gang gebracht worden. Deze verandering krijg je als zorgorganisatie niet in je eentje voor elkaar. Je hebt een gezamenlijke aanpak nodig met bijvoorbeeld gemeenten, bestuurders, zorgmedewerkers, cliënten, familieleden en omwonenden. Want hoe goed voorbereid en goed doordacht ook, wanneer de deuren opengaan, neemt ook het risico dat een cliënt loopt toe. In de meeste situaties loopt dat met een sisser af, maar wat als het wel misgaat? Uiteindelijk voelen wij ons wel verantwoordelijk voor de veiligheid van de mensen die bij ons wonen.”

Discussie

“Een collega wees mij op het onderzoek. Samen met een aantal collega’s heb ik deelgenomen aan de focusgroep, die begeleid werd door ethiekonderzoeker Elleke Landeweer en onderzoeksmedewerker Floor Vinckers. Het onderzoek sloot mooi aan bij de strategie die Interzorg heeft gekozen voor de implementatie van de Wet zorg en dwang; die van het gesprek. Door veel met elkaar in gesprek te zijn over de impact geven we deze verandering invulling. De waardevolle discussie in de focusgroepen van het onderzoek leverde daar een bijdrage aan. Tijdens deze gesprekken kwamen verschillende mooie voorbeelden, alternatieven en dilemma’s voorbij. Bij Interzorg hebben we bijvoorbeeld een afdeling waar mensen met een Molukse achtergrond wonen. Een van de medewerkers van die afdeling zei: ‘Doe maar gerust die deuren open. De heerlijke etensgeur die bij ons hangt als we koken zorgt ervoor dat de mensen vanzelf weer terugkomen.’ Een andere zorgmedewerker hoorde ik zeggen: ‘Prima als de deuren opengaan, maar wel spannend als dat in mijn avonddienst gebeurt.’ Ik denk dat de angst voor het openen van de deuren onder zorgmedewerkers best groot is. Ze zijn bang dat er iets vervelends gebeurt met een cliënt. Dat een cliënt alleen buiten ronddwaalt en zoekraakt bijvoorbeeld en daar voelen zij zich dan uiteraard verantwoordelijk voor. Tegelijkertijd zijn de eerste ervaringen heel positief en ontdekken we met elkaar dat er heel veel alternatieven zijn."

Stroomversnelling

“Op dit moment staan er binnen Interzorg op diverse afdelingen al meer deuren open dan in het verleden. Corona heeft dit proces soms ook in een stroomversnelling gebracht. Door de coronamaatregelen in de eerste golf was de voordeur op slot. Daardoor konden afdelingsdeuren gevoelsmatig met iets minder risico opengehouden worden. Steeds vaker maken we met familie afspraken die meer zijn afgestemd op de behoeften van de betreffende cliënt. Er gebeuren veel mooie dingen van deuren die opengaan tot een pilot met zorghorloges. Gaandeweg vinden we onze weg en leggen we de puzzel om cliënten in vrijheid én veiligheid hun eigen leven voort te kunnen zetten.” “Ook vinden er met gemeentes gesprekken plaats over een dementievriendelijker omgeving. We hebben gemerkt dat er in de samenleving nog weinig bekend is over de consequenties van de Wet zorg en dwang. Het is niet alleen iets van een zorgorganisatie, iedereen kan hiermee te maken krijgen."

Positieve stimulans

“Van een complete cultuuromslag is nu nog geen sprake, de angst voor de risico’s is er ook nog. Maar een onderzoek als ‘Alternatieven voor gesloten deuren’ werkt zeker als een positieve stimulans; er komt steeds meer vertrouwen in mooie en waardevolle alternatieven, die naar mijn idee uiteindelijk het welzijn van de cliënten ten goede komen.”