Onderzoekers uit twee netwerken: Hoe kijken ze terug op hun gezamenlijke corona-onderzoek?

Flexibel en inventief. Zo kun je onderzoekers Lisa van Tol (links op de foto) en Sarah Janus zeker noemen. Van de ene op de andere dag zetten ze hun lopende wetenschappelijke studies op stand-by en grepen ze met beide handen een nieuw en belangrijk onderzoek aan: het verloop van corona in de verpleeghuizen in beeld brengen. Hoe is de samenwerking tussen deze twee onderzoekers uit verschillende netwerken bevallen? En wat is hen het meest bijgebleven uit het onderzoek? 

Lisa is promotieonderzoeker bij het UNC-ZH, Sarah is postdoc-onderzoeker bij het UNO-UMCG. Nederland telt in totaal zes academische netwerken ouderenzorg, verenigd in de Samenwerkende Academische Netwerken Ouderenzorg (SANO). Tientallen innovatieve ouderenzorgorganisaties werken daarin samen met academische ziekenhuizen en mbo-, hbo- en wo-onderwijsinstellingen. De coronacrisis heeft de meerwaarde van samenwerking tussen de netwerken nog eens bevestigd: dankzij de directe contacten met de verpleeghuizen konden de onderzoekers het afgelopen jaar in korte tijd meerdere grootschalige, landelijke onderzoeken opzetten. Het onderzoek naar het verloop van corona in de verpleeghuizen is daar een van. Met de resultaten informeerden de netwerken rechtstreeks de opdrachtgever, het ministerie van VWS. Zo kreeg het ministerie een goed beeld van de actuele situatie in de Nederlandse verpleeghuizen.

Lisa en Sarah, aan welke onderzoeken werkten jullie voordat corona de kop opstak in de verpleeghuizen? Sarah: “Begin maart hadden we bij het UNO-UMCG net een grote subsidie gekregen voor een Europees onderzoek naar het effect van muziektherapie op het gedrag van mensen met dementie. Daar zat een strakke tijdslijn op, maar door corona was het niet mogelijk om het muziekonderzoek te starten. Ik had daarnaast nog wat andere onderzoeken lopen, maar ook die kwamen grotendeels stil te liggen. Ik had dus mijn handen redelijk vrij.” Lisa: “Ik was bezig met een literatuurstudie over cliëntparticipatie in onderzoek binnen de langdurige zorg, toen mij werd gevraagd om daar even voor een week of twee, drie mee te stoppen. Een paar weken werden een paar maanden en vervolgens ontstond het idee om een promotietraject aan het coronaonderzoek te koppelen. Ik heb meteen aangegeven dat ik die functie graag zelf wilde vervullen.”

Wat houdt het onderzoek precies in?

Sarah: “We analyseren vergaderstukken van crisisteams in de verpleeghuizen. Uit die vergaderstukken komen de actuele kwesties naar voren waarmee verpleeghuizen in deze coronacrisis te maken hebben. In het begin van ons onderzoek zagen we bijvoorbeeld dat er veel zorgen waren over beschermende kleding voor medewerkers en het bezoekverbod voor naasten van bewoners. In een latere fase zagen we dat in de crisisteams vaak het verzuim onder medewerkers ter sprake kwam.” Lisa vult aan: “Naast de analyse van vergaderstukken organiseren we panelgesprekken met zorgprofessionals om hun persoonlijke ervaringen te horen met corona-maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van isolatie en hygiëne, welzijn van cliënten en naasten, en personeelsbeleid.”

Hoe is het onderzoek tot nu toe verlopen?

Lisa: “Gelukkig zijn heel veel zorgorganisaties bereid om mee te doen aan het onderzoek. Ten eerste omdat we de resultaten van onze analyses wekelijks aan hen terugkoppelen, zodat ze eventueel hun beleid daarop kunnen aanpassen. Ten tweede omdat deelname de zorgorganisaties weinig tijd kost; ze hoeven alleen bestaande vergaderstukken naar ons op te sturen. Uiteindelijk doet meer dan de helft van alle zorgorganisaties uit de zes netwerken mee.” Sarah: “De opzet van het onderzoek was wel een flinke klus, onder meer door de strenge privacyregels waar we ons natuurlijk aan moeten houden. En toen het onderzoek eenmaal begon te lopen kregen we zoveel vergaderstukken binnen, dat we al snel meer handen nodig hadden om alles te analyseren en in weekrapportages te verwerken. Zowel in Groningen als in Leiden zijn toen meerdere onderzoekers bijgesprongen.” Lisa: “Meestal duurt het heel lang voordat onderzoeken resultaat opleveren, maar bij dit onderzoek gaat dat anders: dinsdag komen de vergaderstukken binnen, woensdag lezen we ze, donderdag brengen we de hoofdonderwerpen bijeen en vrijdag koppelen we de eerste resultaten terug aan de zorgorganisaties.”

Wat is jullie het meeste opgevallen in dit onderzoek?

Lisa: “In de vergaderstukken zie je natuurlijk de thema’s terug die ook in de landelijke media veel aandacht krijgen. Zoals het bezoekverbod voor naasten. Maar in de vergaderstukken lees je ook hoeveel impact deze thema’s op de werkvloer hebben en welke zorgen er leven. Dat is best heftig. In de eerste golf las je bijvoorbeeld dat zorgprofessionals het enorm moeilijk vonden om tegen naasten te zeggen ‘nee, je mag niet naar binnen’.” Sarah: “We lazen destijds ook dat bij sommige organisaties beveiliging werd ingezet om medewerkers te beschermen tegen naasten die hun emoties niet konden bedwingen. Het moet voor medewerkers heel zwaar zijn geweest om cliënten en familie bezoek te ontzeggen.” Lisa: “We zien in de vergaderstukken ook veel dilemma’s, bijvoorbeeld over het wel of niet dragen van beschermende pakken als bewoners op de PG-afdeling daar heel angstig van worden. Wat weegt dan zwaarder: bescherming tegen het virus of kwaliteit van leven en zorgen dat mensen zich prettig voelen? En wat doe je: sluit je mensen op hun kamer op om ze te beschermen tegen corona of geef je ze de vrijheid om zelf rond te lopen als ze zich daar fijner bij voelen? Dat soort dilemma’s maakt ook op ons als onderzoekers grote indruk.”

Hoe reageren de zorgorganisaties op de uitkomsten van jullie onderzoek?

Sarah: “In het begin was iedereen vooral met zijn eigen interne crisis bezig. De rapportages hebben zeker voor meer uitwisseling tussen zorgorganisaties gezorgd.” Lisa: “We horen vaak dat ze het fijn vinden om in de rapportages te lezen waar andere zorgorganisaties mee bezig zijn. We vragen tussentijds ook: hebben jullie er nog steeds wat aan, willen jullie dat we het onderzoek blijven voortzetten? Dan krijgen we vooralsnog alleen maar positieve reacties.” Sarah: “Ook van medewerkers van het ministerie van VWS, die de rapportages rechtstreeks ontvangen. Zij geven aan dat ze het prettig vinden om via de rapportages op de hoogte te blijven van de situatie in de verpleeghuizen.” Lisa: “Op de panelgesprekken ontvangen we eveneens positieve reacties. Zelf vond ik het aanvankelijk best lastig om zorgmedewerkers te vragen om mee te doen, omdat ze het al zo vreselijk druk hebben. Maar ze blijken het juist heel fijn te vinden om hun verhaal te kunnen doen en ervaringen uit te wisselen met andere collega’s die in hetzelfde schuitje zitten.”

Hoe ziet het onderzoek er de komende tijd uit?

Sarah: “Voorlopig gaan we door met het analyseren van de vergaderstukken, die we nog wekelijks binnenkrijgen. Binnenkort hebben we weer overleg met de bestuurders van de deelnemende zorgorganisaties om te bepalen hoe we verder gaan.” Lisa: “Voor mij is dit nu promotieonderzoek geworden, wat betekent dat ik de uitkomsten dieper ga analyseren en vervolgens verwerk in wetenschappelijke artikelen.” Sarah: “Bij mij komt ook het onderzoek naar muziektherapie weer op gang. En ik werk met collega-onderzoekers uit Groningen aan een ander deel van het corona-onderzoek. Dat deel gaat over verzuim bij medewerkers door de coronacrisis. Voor dat onderzoek zetten we in meerdere periodes landelijk vragenlijsten uit, waarna we de resultaten terugkoppelen aan zorgorganisaties en het ministerie van VWS.”

Hoe kijken jullie terug op jullie samenwerking?

Lisa: “Ik vond het een groot voordeel dat we dit onderzoek in SANO-verband hebben kunnen oppakken. Het bereik onder verpleeghuizen is daardoor heel groot, waardoor het onderzoek snel een vlucht nam. Daarnaast hebben we een grotere capaciteit aan onderzoekers dan als we het onderzoek alleen binnen ons eigen netwerk zouden uitvoeren. Verder vind ik het ook heel leuk om met Sarah samen te werken.” Sarah: “Vind ik ook! We hebben elkaar tot nu toe nog nooit in het echt gezien, alleen via online meetings, maar we hebben wel een klik. Hopelijk kunnen we elkaar later dit jaar eens ‘live’ ontmoeten.”